Categories

Archive

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Open-sourced badminton shuttlecock

Evaluatie

Ook voor mij was de shuttlecock niet de eerste keuze, ik vond het erg jammer dat vervoglens anderen wel zichzelf bij de kenetic mirror hebben kunnen voegen en dat dat bij mij niet kon. Na enige tijd kwam ik er achter wat die kenitc mirror nou eigenlijk inhield en hetzelfde gold voor ons project en ik was eigenlijk bestwel bij met de shutte; lekker veel ontwerpen en een grote moegenlijkheid tot verbetering. Zo als wel vaker op IO heb je halverwege zo een project halverwegen een "dipje" je hebt het idee dat je alles wel geprobeert hebt en dat je niet echt meer weet wat je wilt doen. Ik heb in dit geval gewoon met mijn huisgenoten er over gepraat en die kwamen al snel met frisse nieuwe ideeen.

Hetzelfde geld voor het groepsproces; als je je groepsgenoten leert kennen heb  je al snel een moment na een paar weken waarin iedereen wat laks word; laat komen half werk inleveren want dat maakt de groepsgenoten toch niet uit. Om dit te voorkomen moet je altijd kritisch naar jezelf blijven kijken en op deze manier jezelf motoveren om gewoon WEL te doen wat er van je verwacht word.

 ik vond het echt een gaaf project om aan mee te werken en ik ben blij dat we daadwerkelijk echte shuttles hebben kunnen printen.

Reflectie Jasper van Schaik

Om heel eerlijk te zijn was het shuttle project mijn tweede keus. Maar wat ben ik blij dat ik hierbij ingedeeld ben. Terug kijkend kon ik in dit project echt doen wat ik graag doe en dat is ontwerpen. De opdracht was helder; er moet een nieuwe shuttle komen dit net zo presteert als de originele. Met rapid prototyping technieken. Het ontwerpen van een nieuw concept, dat vervolgens laten printen, testen, resultaten analyseren en dan weer van voorbeginnen is volgens mij wat ontwerpen inhoud. Dit hebben we als groep dan ook goed gedaan in mijn ogen. Het resultaat dat wij hebben neergezet is goed en duidelijk. Er ligt een nieuw concept voor een shuttle. Deze moet nog wel doorontwikkeld worden. Als groep zijn wij de afgelopen weken goed bezig geweest. We hebben ons opgesplitst in 2 duo’s. Elk duo werkte aan een verschillende richting. Natuurlijk was er veel overlap en samenwerking. Af en toe was er iemand te laat maar dat heeft de groep niet in de weg gezeten.    De expert, Hanco, heeft ons goed geholpen met informatie en data. Ik ben blij met hem. Het enige iets mindere punt dat ik kan bedenken was dat de kennis over het 3D-printen minder was dan ik verwachte. Maar ook dit heeft het project niet in de weg gezeten. Ik vind dat dit een geslaagd project is geweest. Goede samenwerking, goede ondersteuning en een mooi resultaat waar verder mee gewerkt kan worden. En het mooiste was dat we op de science fair met onze eigen producten stonden te badmintonnen!

Reflecties

Reflectie Milou van Min:

 

We begonnen met het onderzoeken van de eigenschappen van een shuttle. Dit bleek erg allemaal heel specifiek te zijn en toen kreeg ik pas eigenlijk door hoe lastig het is om hier werkende prototypes voor te gaan maken. Niet dat ik het onderschatte aangezien Hanco er al een lange tijd mee bezig is, maar bijvoorbeeld het maximale gewicht waar je al snel aan komt met printen. Hierdoor was het onderzoeken van de printmaterialen/technieken erg van belang en moest er naar de dichtheid van de materiaalsoorten worden gekeken. Ook hebben we onderzoeken gedaan naar de minimale diktes, waardoor we ‘on the edge’ konden gaan werken met ontwerpen. Dan waren er natuurlijk ook aspecten als sterkte en stijfheid, wat natuurlijk afnam als je de diktes ging minimaliseren. Het was een grote uitdaging om hier een goede verhouding te vinden en een goed ontwerp te leveren. Ik heb uiteraard veel geleerd over badmintonshuttles (de eisen, het productieproces etc.) maar ook zeer veel over printtechnieken en de hierbij gebruikte materialen. Hierdoor vond ik het een leerzame combinatie met de eisen waaraan de shuttle moest doen en wat er mogelijk was qua printen. Als dit project herhaald zou worden en de ontwerpen verder moeten komen dan ze nu waren, dan zou ik Hanco aanraden de printmaterialen te beperken tot alleen SLS / het gebruik van de toekomstige Ultimaker. Doordat wij begonnen de printjes in Veroblue te printen (die erg zwak waren), was het testen hiervan lastig en kan daar tijd worden gewonnen. Aan de andere kant, hebben we hierdoor wel veel over de printers geleerd.

De Science Fair vond ik een erg leuke manier om het project af te sluiten!

 

 

Reflectie Jasper van Schaik:

hoi

 

Reflectie Piet de Vries: 

doei

 

Relfectie Wim aan de Stegge:

 

Het shuttle-project, was eigenlijk een heel typisch IO
project met een hoop ontwerpproblemen. Dus wat dat betreft heb ik eigenlijk
gewoon gedaan wat ik al geleerd heb. Er zitten wel ongelovelijk veel
tegenstrijdige aspecten aan het project en als je het mij vraagt tegen het
onmogelijke aan.

Waar ik wel een heleboel over heb geleerd is de
mogelijkheden van 3D-printen. De shuttles zitten echt op de rand van wat
mogelijk. Hier kwamen we dan ook achter na de eerste printjes uit de
objet-printer op IO. Deze waren veel te slap. Dit heeft ons genoodzaakt te
kijken naar wat dan wel de grens is van de machiene en om ook verder te kijken
naar andere 3D printtechnieken. Hierdoor heb ik een goed beeld gekregen van de
mogelijkheden en de grenzen van 3D-printen. 

Verder ben ik ook nog naar het 3D-printing event geweest.
Welliswaar geen onderdeel van het project, maar voor mij wel een eyeopener voor
de REPRAP printers en in het specifiek de Ultimaker. Ik heb me verbaasd over de
kwaliteit printjes die daar uit komen. In mijn ogen zelfs beter dan de printjes
die uit de nieuwe Dimension printer op bouwkunde komen. Als de enige beperking –
het niet kunnen pinten van ondersteuningsmateriaal – ook is opgelost,  dan zou ik niet meer weten waarom je nog een
dure FDM-printer zou gebruiken. Ook deze Ultimaker zou een geschikte machine
kunnen zijn voor de shuttle-prototypes. Het materiaal is redelijk licht en
behoorlijk stijf en de dunne wanddiktes zijn ook zeker haalbaar.

Uiteindelijk ben ik overigens wel tot de conclusie gekomen
dat 3D-printen niet de meest geschikte prototyping-methode is voor de shuttles.
Voor alleen windtunneltesten zijn ze prima, maar een windtunneltest zegt slechts
iets over de weerstand van de shuttle. Dit zegt dan weer bij lange na niet
alles over de vluchteigenschappen van de shuttle. Hiervoor zul je er toch echt
mee moeten gaan slaan. De propellor shuttle bleek op de science fair
bijvoorbeeld helemaal niet zo stabiel te vliegen als van te voren werd gedacht.
Om een prototype te maken dat je ook daadwerkelijk kunt slaan, zul je van
3D-printen moeten afstappen. Vacuüm-gieten zou in dit geval een stuk beter geschikt
zijn.

Al met al heb ik in dit project dus veel over
Rapid-prototyping geleerd en dan met name over de grenzen van 3D-printen. 

 

Science fair posters

Overzicht concepten

Dit is een overzicht waarin de nieuwste concepten zijn uitgezet tegenover de eisen van een goede shuttle

Technieken matrix

Deze matrix laat de mogelijke productie technieken (ook in een verder stadium als schuimgieten).

Aanbevelingen voor Torpedo-concept

Het torpedo-concept is zeker de moeite waard om mee door te
gaan. Doordat er maar 1 staaf gebruikt wordt in het midden in plaats van
meerdere staafjes rondom, hoeft deze niet zo dun te worden en is dus stijfer en
sterker.

Uit de laatste windtunnel test bleek echter dat deze veel te
weinig weerstand heeft, aangezien het frontale oppervlak erg klein is. Er is hiertoe
al een nieuw concept bedacht, met 5 in plaats van 3 vleugels (zie afbeelding). Hierdoor is het
opperlvak al met 60% toe genomen. Ook zijn er gaten in de vleugels gemaakt. In
eerste instantie om het toegenomen gewicht terug te dringen, maar ook omdat
gaten ook voor meer weerstand zorgen.

 

 

 

Aanbeveling is dan ook om deze nog te testen in de
windttunnel en nog verder te optimaliseren naar weerstand en gewicht. Bij te
weinig weerstand zouden nog ribben op de vleugels gemaakt kunnen worden. Om
gewicht terug te dringen kunnen ook de vleugels nog iets dunner. Deze zijn bij
het laatste concept 1mm dik. Ook zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden om het
te vacuüm-gieten van kunststof. Hiermee worden de grenzen van wat mogelijk is
verlegd, en is dus dunnere wanddikte haalbaar met een hogere stijfheid/sterkte.
Hierdoor worden nog meer mogelijkheden gecreëerd voor optimalisatie van de
shuttle. 

Skelet-shuttles, omspanning

Windtunnel test – Voorbeeld model Hanco

(de windkracht op de shuttle gaat hier van hoog naar laag, de vleugels zie je steeds minder breed staan)

*De waarden van de testen zie je een aantal posts verder op de weblog.

Torpedo shuttle 2 – Milou

(let op; de vleugels breken af!)

© 2011 TU Delft